De Belgische Tuimelaar een veelzijdige vliegvogel
Helian Guislain.
 

Een zwarte 'Vanhaeren BT'doffer (2007-12561)  Fotosessie op de startmand (2009). Op de achtergrond het duivenhok.
 Iets te lang en te zwaar, mooie koplijn, mooi helder pareloog, heel lichte crayonnage op de snavelstip, lakzwarte kleur,
veel glans, spijtig ook veel violette (= fokonzuiver voor zwart wegens rode vader) Staartrijder.

De selectie van Belgische Vliegtuimelaars in 2008 lente 2009

In 2008 had ik mij tot doel gesteld alle jonge BT's minstens prioritair op vlieglust te selecteren. Alles wat niet graag vloog of de vliegprestaties van het kit negatief beïnvloede werd opzij gezet. Niet direct afgeslacht, want ge kunt nooit alles weten, maar dat zou dan maar als 'kit B' getraind worden. In de praktijk was dat 'veel minder', want de fokker heeft maar twee handen en houdt toch drie vliegrassen op zijn hok…. En van drie rassen kun je onmogelijk twee kitten of trio's trainen.

Aan dat trainen kwam overigens spoedig een einde, want de sperwer van dienst had zich in de herfst gespecialiseerd in het vangen van rode Belgische Tuimelaars. Einde Oktober kostte mij dat bijna om de twee dagen een duif. En ik had dan nog  twee duivinnen vliegen met een witte staartpen, zogezegd om de sperwer af te leiden, maar dat had blijkbaar geen effect.
Of waren die twee duivinnen dan toch veel stootvogelvaster ?

In troep vliegen de Belgische Tuimelaars in eng kitverband en normaal vrij nerveus met veel haken en snelle wendingen op variërende hoogtes(meestal ±150m maar als stootvogels opduiken gaan ze probleemloos op bovenste hoogte). Vliegduur 45 à 90 minuten. Snelle tuimelingen zonder veel hoogteverlies en zonder de aansluiting met het kit te verliezen.

Enfin, als Christiaan, Wilfried  en Willy op 14-10-08 zijn komen tellen heb ik uit 'kit A' drie trio's gehaald die voor de eerste keer van hun leven in trio zouden vliegen en overigens slechts uitgezocht werden op basis van veerkleur (om ze uiteen te houden in de lucht). Zeker niet optimaal maar de resultaten  waren lang niet zo slecht zoals je kunt vaststellen op de uitslag. Zo vlogen daar ook de twee rode duivinnen mee met de witte staartpen en die maakten ook heel wat punten. Dat wist ik, want die kun je ook herkennen in het kit. De andere roden waren 'anoniem' en werden er op 't goed geluk af uitgehaald. De dunkleurige kon ook tuimelen, maar de twee zwarten konden juist staartrijden en klokten dus geen punten.
Trio 1: 2008-13878(dun)/13866(roodwitst)/13897(rood)    (0-3)   27min 182p.
Trio 2: 2008-13880(zwart)/13871(roodwitst)/13867(rood) (1-0)   42min   85p.
Trio 3: 2008-13898(zwart)/13887(roodwitst)/13892(rood) (1-2)   20min   34p. 

De vliegduur was natuurlijk ingekort omdat de duiven voor de eerste keer trio-vlogen. Al die duiven heb je kunnen 'zien' op de 'tentoonstelling' bij  Fons Vanhaeren met Sinterklaas. Ook niet zo slecht, want keurmeester Fons Reynaers  beweerde dat hij daar zeker een BB ofte 94%-ter zou uithalen.

 

 
Trio rode BT’s (2008-13867/13892:13910) op de startmand in Begijnendijk. mei 2009         

In november was het  hier zo mistig, dat ik geen duif meer kon laten vliegen en vanaf december tot in maart 2009 was het zo koud, dat het baasje de energie niet meer kon opbrengen om de duiven naast het voederen ook te trainen, een handicap waarmee ik na mijn operatie zal moeten mee leren leven…

In die periode werd het mij ook duidelijk dat al de duiven van kit B eigenlijk allemaal doffers waren. Dat was natuurlijk omdat de doffers de duivinnen proberen te versieren en naar het hok te lokken zodra ze ergens geslachtsrijp worden. Niet omdat ze geen vlieglust hebben! Maar dat weet je niet als het gebeurt…. Eigenlijk had ik in 2008 amper wat te selecteren gehad op het criterium vlieglust

Zo zat ik dus in februari met een ruim overschot aan rode doffers terwijl de rode duivinnen van het A-kit lelijk waren uitgedund door de sperwer. De volgende selectieronde zou dus 'verplicht' enkel gaan op basis van esthetische criteria (ttz. tentoonstellingscriteria): de duivinnen met witte staartpennen en de zwarten met zwaar aangeslagen snavel of snavelstip (en dus ook deze enige pekzwarte duivin die een Cumulet grootmoeder had) werden aan de Harris-valken van Rik opgeofferd. Zo ook alle doffers met de minste aanwijzing van 'plombage' (=grijze loodschijn op stuit en/of staartpennen), en deze met de minste snavelstip of hoornkleurige snavel.

Zo hield ik dan over: 2 rode (13894/13897) en 1 dunkleurige (13878) 2008-duivinnen, 2 'zuivere' overjaarse <Vanhaeren> duivinnen die ik nooit had zien vliegen (1 rood (2004-7561) en 1 zwart (2003-6479)) en 1 zwarte 2008-duivin zonder ring waarvan de snavelkleur mij niet veel aanstond, maar dat ik in december van Fons Reynaers kado gekregen had als veelbelovend fraai…   Terwijl er bij de doffers 1 rode 'zuivere' <Vanhaeren> (2004-2760) en 3 fraaie 2007-zwarten -<Vanhaeren> (2007-12525/12562/06-11001) uit eigen kweek, plus 2 FI-BT's van eigen kweek (die mij in 2008 de beste kleur- en vluchtresultaten hadden gegeven (2005-9733 geel en 2004-8278rood).

Op overschot trof ik nog: 3 rode 2008-doffers, 2 zwarte 2007 <Vanhaeren> doffers die mooi zijn op kleur maar zwak in vliegprestatie en wat (heel) 'zwaar en te lang' uitvallen , 1 weinig vlieglustige maar fraaie 2008 <Vanhaeren> duivin en 1 gele FI-BT-  duivin die mij in 2008 de beste tuimelaars afleverde.

Vier van de zeven 'overschot-BT's' kreeg je (26-03-09) op de AV van de Club te zien in handen van onze ongelovige[1] Spfr. Koen Simons. Op de AV kon ik niemand overtuigen enkele kweekkoppels mee te nemen om de fokbasis van de BT in onze Club wat te verbreden.

Goed, ik zou ze dan maar  zelf nog een tijdje houden tot de opkomende generatie de hokplaats voor zich eist en ondertussen nog wat vliegtraining oefenen met de overschot doffers. Een eerste verrassing was dat de 2008-generatie zich vrij vlot opnieuw in de lucht waagde na viermaanden opsluiting. De vliegtijden varieerden tussen 45 en 90 minuten en er werd wat getuimeld. De 2007-generatie was na meer dan 1 jaar opsluiting wat afgestompt en gingen ongraag op de vleugel, maar ook bij hen was er een 'zware' zwarte doffer die graag ging staartrijden. Door effen te spelen met de samenstelling van de trios had ik ook kunnen uitmaken dat bij de 3 rode 2008-doffers er een (08-13867) was die zeer frekwent  tuimelde (enkel- of dubbeltuimelingen met 'aarzeling', een (08-13892) die minder frekwent en onzuiver tuimelde (soms op de schouder of met dubbelstaartrijden en soms ook met een molentje of een omkeer) terwijl de derde (08-13910) helemaal niet tuimelde maar daarvoor minutenlang kon zweven. Terwijl de twee eersten broertjes waren kwam de derde uit een ander nest. Geen wonder dus.

Vliegstijl

Deze 05-04-2009 had ik precies dat trio rode doffers opgelaten. In eng kitverband schroefden ze zich vlug op zo'n 150m en begonnen er te spelevliegen. Een grote witgrijze cumulus wolk kwam heel, heel langzaam vanuit het ZO aangedreven, er was amper een briesje wind. Toen  besloot een buizerd van in een nabij bos op te vliegen. Ze zocht en vond thermiek boven het hok en onder de grote cumulus en begon in brede cirkels in zweefvlucht op te stijgen. Het BT-trio was  snel in de verte verdwenen, en het duurde zeker een kwartier vooraleer ik ze zou terugzien. De buizerd was ondertussen zo hoog gestegen dat ze met het blote oog amper nog al een streepje in de lucht waarneembaar was. Toen besloot ze in glijvlucht rechtdoor weg te vliegen, en plots verschenen de 3 BT's als stippekes precies op de plaats waar de buizerd zo lang had zitten cirkelen. Deze drie tuimelaars waren dus niet weggevlogen, maar hadden zich zeer goed boven de buizerd en het hok gepositionneerd! Langzaam kwam het trio naar beneden , maar tot mijn verbazing stelde ik vast dat de  duiven dit deden zonder een vleugelslag: enkel in relatief kleine cirkels zweven en af en toe een tuimelingske. Alle duiven bleven bijeen maar eigenlijk niet meer in kitverband: soms zweefde er een in de tegenovergestelde draairichting. Voor mij een hele verrassing! Als ze ongeveer halverwege waren gedaald kwamen twee grote meeuwen aangevlogen die eveneens van de thermiek gebruik wilden maken. Op en wip hadden de drie duiven zich weer op punthoogte geschroefd om nadien weer het zweefspektakel te laten zien. Een derde keer kwamen zowaar twee koppels buizerds onder de grote cumuluswolk spelevliegen en de mannetjes voerden er zelfs hun mooie baltsvlucht uit, met die adembenemende parabolische duikvluchten naar de partner, wat de beste duif stuipen op het lijf jaagt, en opnieuw was het trio de hoogte ingegaan om steeds boven de stootvogels 'veilig' te blijven. Weer kwamen ze zwevend naar beneden gedraaid. Tot mij grootste verwondering gingen ze zelfs een vierde keer weer de hoogte in, deze keer zonder externe aanleiding maar uit pure vlieglust en dan steeds opwaarts zwevend, als de valk of de sperwer.

Ik kon mijn ogen niet geloven: daar zag ik zowaar duiven in cirkeltjes als roofvogels zweven precies op de manier waarop Maurce Maeterlinck in 1933 de zweefvlucht van de Belgische 'Draaier' beschrijft!  Plus dat mijn duiven hierbij nog af en toe tuimelden…..

Het kan natuurlijk wel zijn dat men 'toen' ooit Draaiers op Tuimelaars inkruiste want de Belgen waren toch zo fier op de seksuele drift van hun Draaiers. Of heeft de BT vroeger al steeds zitten rondzweven? …. Maar wat een wonder dat deze verloren gewaande vliegstijl plots weer opduikt in een duivenhok in Begijnendijk.  Ik had het niet durven dromen. 
En hoeveel punten heeft dat trio gedurende deze 11/2 u gescoord wil je zeker ook weten. Awel da 'k het niet weet: ik was zo gefascineerd door het vliegspel van duiven en andere vogels in de lucht dat geen haar op mijn kop eraan dacht punten te tellen. Hopelijk kan ik dat trio nog eens officieel laten tellen vooraleer het in het kweekhok 'verdwijnt'. (Ooit telde ik zelf 94 punten op 20 minuten)

Ik kon wel eeuwig blijven liggen, want ik kon de hemel zien…., zo zong Johan Verminnen ….. en den deze maar luieren op zijn ligstoel !  Deze zondag 05-04-2009 had ik een in mijn ogen fantastische vliegdag met mijn Belgische Tuimelaars beleefd. 'Ha!  Als het dat maar is'  zullen sommigen onder u misschien denken als ze het gelezen hebben, maar ik ga er toch voor, want het was voor mij een hele duiven-ervaring geweest. Zo zie je dat een 'vernieuwd'(?)/verrezen (?) vliegduivenras de fokker nog kan verrassen.

Inmiddels heeft deze gebeurtenis de verdere selectie[2] van mijn Belgische Vliegtuimelaars weer een stuk moeilijker gemaakt. Want, maakt u geen zorgen, als het vliegweer slecht is vliegen mijn BT's gewoon 'saaie' rondjes in kitverband boven het hok. En toch zou ik die zweef-vliegstijl in mij stam BT's graag overhouden. Een vliegstijl die ik bij geen enkel ander ras  tuimelaars of rollers ooit gezien heb.  Dan hebben we echt een Belgische specialiteit  aan de duivenliefhebberij aan te bieden.  

Of had ik meteen die duiven al lang een kopje kleiner moeten gemaakt hebben, zoals Koen Simons leek te suggereren?  Graag las ik uw reakties in ons clubblad of op internet.  

Er zijn nog steeds twee kweekkoppels beschikbaar (fa336465@skynet.be).

Wie helpt mee van de Belgische Tuimelaar weer een echte vliegvogel te maken?

Helian GUISLAIN, april 2009.
 

[1] Want, ja, wij kweken die BT's naar het officieel standaard voor de Belgische Tuimelaar van de Landsbond (voor zover die nog bestaat), met bijkomende eisen op gebied van vliegen en tuimelen waarover onze eigen  keurmeesters best kunnen oordelen.

[2] Cri  [2] Criteria: 1) vlieglust,  2) orienteringsvermogen,  3) stootvogelvastheid,  4) vlieg-& tuimelstijl , 5) 'TT-standaard.

Voor   Op geen van deze criteria scoort de BT slecht. Dus ga ik zeker verder : 1 van die 3 roden komt zeker in de kweek

updated: 14/05/09