De DUNEK.

We kennen 2 soorten Duneks:      - Turks/Griekse Duneks
                                                                   - Macedonische Duneks

We, zullen beginnen met de Turks/Griekse Dunek, waarbij we meteen opmerken dat het van oorsprong een rein Turks ras is.
Afhankelijk van de streek kent deze duif echter 3 namen: Dunek, Donek of Selanik.
Maar om het geheel niet “te gek” te maken beperken wij ons tot één naam; daar het zo wie zo om dezelfde duiven c.q. dezelfde eigenschappen gaat.
Dunek kunnen we het beste in onze taal vertalen met “draaier”
 

  Uiterlijk zijn de dieren niet erg opvallend.
Ze zijn langgerekt, hebben tamelijk lange snavel en beschikken over 14-16 staart- pennen.
Ze hebben geen stuitklier en worden zowel gladbenig als bekoust gekweekt.
Bij dit ras kennen we de nu volgende kleuren:
Zwart, blauw, rood en dunkleurigen. Verder komen van al deze kleuren combinaties met wit voor. (staart en vleugels.)
In het hok zijn het verdraagzame, iet wat rustige dieren die zelfs niet veel gebruik maken van hun stem.
Het zijn prima ouders, die hun kroost probleemloos grootbrengen.
In de landen van oorsprong voert men deze duiven:  Tarwe, Dari en Wikken. (Kalk)

                             Trainingsgedachte:              De Dunek houdt van zijn soortgenoten en van zijn hok.
                                                                             Goed presterende Duneks zijn niet hongerig !!!

Training:

De vliegkunsteigenschappen van de Dunek zijn klasse, maar dit hangt heel erg samen met hoe men vliegt en vooral hoe men traint.
Met meerdere dieren tegelijk vliegen is natuurlijk één manier.
Hierop wil ik het volgende zeggen: Deze mensen moeten uiteraard zelf weten wat ze doen, maar ze zullen nooit te weten komen wat er voor kwaliteit in hun dieren steekt.
Alleen heel jonge dieren worden groepsgewijs gevlogen totdat ze met draaiaanzet beginnen.
Zo traint en vliegt men in Turkije en Griekenland:

Op de grond.
De dieren worden door de deur naar buiten gelaten. Ze huizen in niet al te grote hokken.
Alles woont samen: fok-, oude en jonge dieren, zonder afscheiding er tussen.
Als de dieren enige tijd buiten, voor het hok, rond gelopen hebben, worden ze door de eigenaar met een  2-3 m. lange stok weer het hok in gedreven.
Hij tikt met de stok op de grond, voor- of tegen het hok en de duiven weten dan al wat er verlangd wordt.

In de lucht:
De trainer tikt met zijn stok een dier in het hok aan eventueel ook een begeleidingsduif welke samen met de Dunek gestart wordt.
(Dit begeleidingsdier kan alleen duiken om de Dunek te animeren tot draaien. Het zijn meestal kruisingen).
Is het van dat “echte vliegweer” dan kan de Dunek wel eens tot punthoogte door stijgen maar dit duurt meestal maar 10 tot 20 minuten.
Hij zal dan op die hoogte spelenderwijs duiken en draaien, totdat de vlucht plotseling rustiger wordt en bij weer aandacht voor het gebeuren op de grond krijgt.
Hij zal dan langzaam steeds lager gaan vliegen.
Is de Dunek op de daartoe normale hoogte (± 100 m.) dan gaan we de dropper(s) zetten.
Wordt er met één dropper gewerkt dan wordt deze “fladderend” in de hand gehouden.
(Dit is volgens het EFU-reglement vanwege de dierenbescherming verboden. Ook een dropper moet zich vrij kunnen bewegen).
Werkt men met meerdere droppers, dan wordt de deur opengezet en vliegen de inmiddels aangewezen dieren spontaan het hok uit, om voor het hok rond te gaan lopen.
Deze dieren zullen niet omhoog vliegen, daar ze hier geen commando toe kregen.
Ze blijven als kippen rondlopen.

Hoe men dropt is niet van belang, doe het wel altijd hetzelfde !!!

De lengte-as draaiing:    We onderscheiden:   - draaiïngen van zo’n 1 m.
                                                                               - draaiïngen tot 5 m.
                                                                               - draaiïngen tussen 5 – 10 m.
                                                                               - draaiïngen van 10 m. en meer

De molendraaiïng:           (Borddraaing ofwel platte draaiing)

Met "het zetten" van de dropper(s) begint  "het Sprookje":
De Dunek duikt naar beneden. Hij maakt hierbij spiraalvormige draaiingen om zijn lengte-as, of deels loodrechte motendraaiingen, waarbij hij rond het middelpunt van zijn lichaam roteert. (Dit is vergelijkbaar met een niet te snel draaiende ventilator).
Sommige dieren draaien rond hun snavel en dit ziet dan weer uit als een spitse frietzak.
Het grootste deel van de figuren wordt met hoge snelheid volbracht, zodat de Dunek bij de landing even zit te hijgen en zit bij te komen.
(Er zijn Duneks die salto's maken. Dit is niet strafbaar maar het wordt ook niet gewaardeerd door de eigenaars).
Het is van belang dat de Dunek voor de voeten van de kweker op de grond landt en hij wordt dan samen met de andere dieren weer het hok ingedreven en wordt de volgende atleet naar boven gestuurd, ofwel dezelfde indien zijn prestatie beneden peil was.

Vergeet  nooit:     
  Hoe vermoeider de Dunek is, hoe beter zijn draaien.

 

De Macedonische Dunek

Land van oorsprong:    Voormalig Jugoslavië
Naam                        :    Makedonski Prevrtac

Naar mijn mening    :    Het "paradepaardje" onder de Duneks !

De voormalig Jugoslavische streek  "Macedonië"  grenst aan Griekenland en dit land "grenst", afgezien van het Aigaion Pelagos meer, weer aan Turkije.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat door de Turkse overheersing Duneks naar Griekenland en het voormalig Jugoslavie zijn gekomen en zich hier weer verspreid hebben.
Hier in "Macedonië" met als bolwerken Skopje, Stip en Kosovo, werd een nieuwe Dunek gecreëerd, weliswaar uit de ons bekende stammen, maar met een totaal eigen steil. Een werk van honderden duivengeneraties.
En het mooiste is, dat het hier ontstane dier hetzelfde type is, als de "opendraaiende" Dunek.

Wat wordt van deze Dunek verlangt, en hoe wordt hij gevlogen ?

Deze Dunek; deze manier van vliegen, dient gehandhaafd te blijven, daar bij anders nooit zal laten zien wat bij kan; deze Dunek is een "SOLIST " !
Afgezien van jonge dieren wordt hij altijd met een begeleidingsdier gestart.
Dit kan een dier van ieder ras zijn mits de kracht en snelheid maar passen bij die van de Dunek.
Het span wordt altijd samen gevlogen.
Verder is het van belang dat de begeleidingsduif voorop vliegt.
Als ze op de gewenste hoogte (50 - 100 m.) gekomen zijn en de begeleid(st)er begint te zweven, of de Dunek passeert hem / haar, dan moet er gedropt worden.
Het is van belang de dieren altijd vanaf een zelfde punt en altijd in dezelfde richting te droppen; dit kan zelfs vrij steil zijn  (60° - 90° ).
Doe je dit niet:  
dan krijg je nooit de volledige prestatie en je kunt de dieren zelfs  "verzieken".

 Men zet nu de dropper(s), en nu     .........

1)  De Dunek trekt zijn vleugels in, je kijkt tegen de vleugelbochten aan, bij drukt zijn borst naar buiten en draait met zijn hele lichaam.
      Dit is vergelijkbaar met een "kromme banaan". De duikvlucht ziet uit als die van een Stuka: - enkele draaien.
                                                                                                                                                                   - veel draaien.

2)  Het ultieme:   Het dier trekt zich zo compact samen zodat de "stuka-steil" eruit ziet als een kogel (bal). 
                            Je ziet de kop van de duif niet meer en nu duiken en draaien.

De snelheid van duiken kan variëren tussen langzaam en zeer snel.
Van groot belang is de diepte van het draaien en het zover mogelijk doortrekken ervan tot zeer kort voor de landing.  Dit is ons kweekdoel!

Absoluut verboden is:    - met gespreide vleugels draaien.
                                         - het openen van de vleugels tijdens het duiken.
                                         - het op " de staart zakken ".
                                         - molendraaien.

Dit hoort bij deze Dunek  absoluut niet thuis !  Ze zijn zelfs waardeloos.
Het is bijna ongelooflijk wat deze dieren laten zien.
Ze mogen dan ook nooit met de normale Dunek gekruist worden want dat zou de ondergang van dit waardevolle cultuurgoed betekenen en zou het voor altijd verloren gaan.
Voel moeilijker, is het instandhouden en / of verbeteren van dit ras.
Hier is veel geduld en toewijding voor nodig.
Met dank aan de Jugoslaven die hun kennis met mij wilden delen, en hun dieren aan mij demonstreerden.
Emin en Sabsivar Odza: Zij kregen de dieren van hun vader. Emin liet zeker 40 x een ander dier vliegen en niet eenmaal een misser!
Bozic Zdenko en Johnny Nikolic:  Met dank voor hun geschreven informatie.

Marcel Steegh.